Wetten

Er zijn verschillende belangrijke wetten waarmee cultureel erfgoed wordt beschermd.

De belangrijkste wet is de Erfgoedwet. Deze wet gaat niet alleen over gebouwd erfgoed, maar ook over roerend erfgoed, zoals bijvoorbeeld collecties van musea. Dit informatiehuis gaat alleen over gebouwd erfgoed.

De Omgevingswet

De wetgeving die gaat over de aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed (stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen) en de omgang met het cultureel erfgoed als onderdeel van de fysieke leefomgeving staat in de Omgevingswet. Maar deze wet is nog niet van kracht. De verwachting is dat dit op 1 juli 2022 gebeurt. Totdat het zover is, gelden daarvoor de regels uit de Monumentenwet 1988 (via de overgangsbepalingen in hoofdstuk 9 van de Erfgoedwet) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Plaatselijke regels over monumenten staan in de Erfgoedverordening Veendam 2017. Dit zijn onder andere regels over het aanwijzen van gemeentelijke monumenten. Deze verordening komt te vervallen zodra de Omgevingswet van kracht wordt. Daarna staan de plaatselijke regels in het Omgevingsplan.

Voor gemeentelijke monumenten is een aparte subsidieverordening van kracht. Over subsidies kunt u meer lezen in de kamer “subsidies en leningen”.

Regels over het beschermen van mogelijke archeologische resten in het bodemarchief zijn te vinden in de gemeentelijke bestemmingsplannen.

Vergunningen

Voor de meeste veranderingen aan monumenten en aan gebouwen binnen beschermde gezichten is een vergunning nodig. Dit is onderdeel van de omgevingsvergunning. Zie ook informatiehuis Bouwen of verbouwen. Enkele soorten kleinere werkzaamheden zijn ook bij monumenten vergunningvrij: dit is omschreven in het informatieblad Monumenten en beschermde gezichten die de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed heeft samengesteld.

Aanwijzen van monumenten

Bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed kunt u vragen of uw woning of een ander bouwwerk rijksmonument kan worden. Daarbij zult u moeten kunnen aantonen dat het gebouw tot nu toe onbekende historisch waardevolle elementen bevat en daardoor niet in door het Rijk uitgevoerde inventarisaties is opgenomen. Bij de Rijksdienst is de aandacht nu vooral gericht op de Wederopbouwperiode (1940-1965); voor oudere bouwwerken is aanwijzing op dit moment vrijwel niet aan de orde. De gemeenteraad wordt bij een aanwijzingsverzoek om advies gevraagd, waarbij de hulp van de gemeentelijke erfgoedcommissie wordt ingeroepen.

Voor plaatsing van een bouwwerk op de gemeentelijke monumentenlijst kunt u een verzoek indienen bij de gemeente. Ook hierover zal de gemeentelijke erfgoedcommissie een advies uitbrengen. Hiervoor wordt gekeken naar:

  • Architectonische waarde in historisch verband. Dit betekent dat het moet gaan om een bepaalde bouwstijl die typerend is voor een bepaalde periode.
  • Lokale historische waard, of er bijvoorbeeld bepaalde belangrijke mensen hebben gewoond.

Voordat een object wordt aangewezen als monument, zal de eigenaar in de gelegenheid worden gesteld zijn mening daarover kenbaar te maken. Indien uw pand op de monumentenlijst komt te staan, terwijl u dat niet wilt, kunt u hier gedurende zes weken na bekendmaking bij de gemeente bezwaar tegen indienen.