Inspiratie voor een goed ruimtelijk ontwerp

Passen uw plannen voor (ver)bouw in de omgeving? Deze tips helpen u verder op weg.

Wanneer u een plan heeft voor (ver)bouw, helpen de gemeentelijke kaders u verder. Kijk hiervoor bij Kamer Gemeentelijke Kaders. U weet daarmee of u een omgevingsvergunning nodig heeft. En ook aan welke eisen deze vergunning moet voldoen.

In de Kamer Inspiratie voor een goed ruimtelijk ontwerp geven we u inspiratie. We gaan we kijken naar een ontwerp voor uw plannen. Gaat het om het (ver)bouwen van buurten en wijken? Dan is het goed om contact op te nemen met de gemeentelijk stedenbouwkundige. Omdat deze plannen ingewikkeld zijn, is dat nodig.

Drie belangrijke punten

Voordat u gaat (ver)bouwen is het belangrijk om deze drie zaken duidelijk te hebben:

  • Wat is het doel van uw plan? Voor welk probleem is uw idee een oplossing? Wie heeft er wat aan de (ver)bouw?
  • Wie heeft u nodig om het plan uit te voeren? Een architect misschien? Die kan voor u een ontwerp maken.
  • Wie heeft voordeel aan uw plan? Vertel deze mensen over de (ver)bouw. Betrek ze bij het ontwerp. Hiermee kunt u bezwaren die er misschien zijn, al weghalen.

Handige tips voor het (ver)bouwen van een pand

  • Verdiep u in de geschiedenis van het pand en de omgeving. Wat zijn de kwaliteiten? En waar ziet u mogelijkheden om het pand en de omgeving te verbeteren?
  • Is het pand een monument? Bekijk dan de tips van de Federatie Welstand. Monumenten vragen om een andere aanpak. De gemeente gaat hierover graag met u in gesprek.
  • Gebruik voor het ontwerp van de (ver)bouw de kwaliteiten van de omgeving en het pand. Leuke en nieuwe ontwerpen ziet de gemeente het liefst. Zorg dat uw idee een positieve bijdrage levert. Benoem de punten die u verbetert.
  • Houd rekening met beplanting en bebouwing.
  • Zorg dat de bouw aansluit bij de bestaande bouw. Houd ook rekening met de rooilijn. Dit is de lijn waarin de bebouwing met de voorgevel staat. Let ook op de rooilijnzone. Dit is het gebied waarin de bebouwing met de voorgevel staat.
  • Stem de maat en grootte van de geplande bouw op de omgeving. Dit kan betekenen dat grote bouwplannen opgedeeld moeten worden in kleinere delen.
  • Sluit met de geplande bouw aan op de bouwstijl in de omgeving. Zijn er veel platte daken? Zijn er veel kappen? En welke vorm hebben die?
  • Laat de geplande bouw aansluiten op de manier waarop andere gebouwen zijn gemaakt. Denk aan de nokrichting, gevelopeningen en zichtzijden.
  • Kom met een duidelijk ontwerp.
  • Gebruik materialen en kleuren die passen bij de omgeving. Pas ook duurzame materialen toe die mooi verouderen.
  • Zorg voor details in het ontwerp. Deze moeten passen bij de bouwstijl en de soort gebouwen die er al staan.
  • Draag met het ontwerp bij aan het milieu. Denk aan fijne omgeving om in te wonen. En ook aan het versterken van de biodiversiteit en het opwekken van groene energie. Dat kan door gebruik te maken van hout als bouwmateriaal, groene daken, zonnepanelen en nestkasten.
  • Richt de eigen grond zo groen mogelijk in. Zorg voor zo weinig mogelijk bestrating. Is er water in de buurt? Zorg voor een mooie overgang van eigen grond naar het water.